header image

Onze blog

Next Event

MANNA 787 WAT VOLGELINGEN VAN HUN LEIDERS VERWACHTEN

MANNA 787 WAT VOLGELINGEN VAN HUN LEIDERS VERWACHTEN

De meeste leiders hebben bepaalde verwachtingen. Ze communiceren vaak mondeling, geschreven of beide, wat ze verwachten van degenen die aan hen rapporteren. Ze maken functiebeschrijvingen, stellen doelen en bepalen wanneer deze behaald zijn en hoe ze hun verantwoordelijkheden op het werk dienen uit te voeren. Maar hoe vaak nemen we in ogenschouw dat volgelingen ook redelijke verwachtingen hebben van hun leiders?

Max DePree, ondernemer, zakenman en schrijver, gaf dit perspectief:

 

“Elke volgeling heeft het recht om dingen te vragen van zijn leider. Hier zijn enkele vragen die leiders kunnen verwachten: Wat kan ik van jou verwachten? Kan ik mijn eigen doelen waarmaken door jou te volgen? Komt mijn potentieel tot bloei door met jou te werken? Heb jij de moeite genomen om je voor te bereiden om leider te zijn? Wat geloof je?”

 

Een gangbaar perspectief is dat volgelingen – werknemers, staff, teamleden – er voornamelijk zijn voor de leider. Maar daarentegen zijn autoriteiten in de zaken- en professionele wereld, zoals DePree, het er al lang over eens dat de leider er eveneens is ten behoeve van zijn volgelingen. Vele vooraanstaande leiders zeggen dat één van hun voornaamste verlangens is om diegenen die voor hen werken te helpen om hun potentieel te verwezenlijken en voldoening te hebben.

 

Mijn eerste baan was als winkelbediende in de avonduren bij een lokale supermarkt. Ik was verantwoordelijk voor een gangpad: zorgen dat de schappen gevuld zijn, de vloer vegen en dweilen en zorgen dat het pad er netjes uit zag voor het winkelend publiek de volgende dag. De manager van het avondpersoneel, zijn naam was Joe, zou de hele avond in zijn kantoor hebben kunnen zitten, maar werkte elke avond met één van ons in onze respectievelijke paden.

 

Op een avond vroeg ik Joe waarom hij ons hielp ons werk te doen, in plaats van ons gewoon instructies te geven en ervoor te zorgen dat we ons werk goed deden. Zijn antwoord was diepgaand: ”Ik zal nooit iets vragen van iemand dat ik niet bereid ben om zelf te doen.” Dat was mijn eerste kennismaking met dienend leiderschap, lang voordat die term populair werd.

 

Ik vroeg deze manager geen enkele van de vragen die DePree suggereerde, maar uit dat eenvoudige antwoord wist ik dat Joe het beste met mij voor had, evenals met mijn collega’s.

 

Het concept van een leider die zijn volgelingen dient, was niet door DePree uitgevonden of door Robert K. Greenleaf, de schrijver van “Servant leadership”. Het was uitdrukkelijk genoemd door Jezus Christus.  Hij zei, “Zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen” (Mattheüs 20:28, Markus 10:45). En Jezus deed ook de volgende interessante uitspraak,“en wie onder u de eerste wil zijn, moet uw slaaf zijn” (Mattheüs 20:27).

 

Deze uitspraken zijn gedaan door Degene van wie de Bijbel zegt, “Hij is een verzoening voor onze zonden, en niet alleen de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld” (1 Johannes 2:2). Dat is, zonder twijfel, de samenvatting van dienend leiderschap. Maar dat is niet alles wat de Bijbel zegt over hoe we als leiders anderen moeten dienen.

 

De leider die de noden en belangen van anderen als eerste plaatst, zal zijn volgelingen inspireren om het beste te geven, inclusief hun loyaliteit. “Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat een ieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat een ieder ook oog hebben voor wat van anderen is” (Filippenzen 2:3-4).

 

Zoals Jezus zei, “het is zaliger te geven, dan te ontvangen” (Handelingen 20:35). Eén reden is dat wanneer we geven – anderen bovenaan zetten – dan ontvangen we ook. Op het werk betekent dit vaak het dienen van anderen, die in ruil daarvoor bereid zijn om hun best te doen voor degene voor wie ze werken.

 

Vragen ter overdenking of discussie:

  1. Als jij direct aan iemand rapporteert, welke verwachtingen heeft diegene dan van jou?
  2. Denk je dat werknemers -volgelingen – het recht hebben om verwachtingen te hebben van hun leiders? Als je een leiderschapsrol hebt, zou je bereid zijn om aan diegenen die voor jou werken te vragen welke verwachtingen ze hebben van jou? Waarom wel/niet?
  3. Zou een leider verplicht zijn om zijn volgelingen te helpen om hun doelen na te jagen en hun potentieel tot bloei te laten komen? Of zou een leider zich alleen op het bedrijfsbelang moeten richten en het personeel alleen moeten zien als een middel om deze doelen te behalen? Leg uit waarom.
  4. Welk risico zouden leiders nemen door de persoonlijke ambities opzij te zetten en anderenals beter of belangrijker te zien als zichzelf?

 

Als je meer in je bijbel wilt lezen over dit onderwerp, dan kun je de volgende passages overwegen:

Leviticus 19:18; Markus 12:30-31; Lukas 22:24-27; Galaten 5:13-14; Jakobus 2:8

 

 

Verzonden door CCA Nederland op zaterdag 22 december 2018.

Share this:
Over de auteur
CCA Nederland